Een eenzame dwaling

Eens droomde ik dat naast mijn wasmand vier dode paarden lagen. Ze lagen daar op een hoop met de poten omhoog. Een ineengestrengeld kunstwerk van gitzwarte atletische paardenlijven. Een surrealistisch beeld van vier paarden die in een piepkleine keuken naast de wasmand doodnormaal dood lagen. Doodnormaal omdat ik mij besefte dat deze paarden niet in mijn wasmachine zouden passen. De vloek van de rust, reinheid en de regelmaat. De bekrompen gedachtes van een mens vastgeklampt aan een zelfverzonnen en zelfgecreëerde illusie dat alles onder controle, alles maakbaar is. Alsof al het verdriet, alle onbegrip, alle onzekerheid opeens draagbaarder was met een schone was, een schoon bed, een geboende vloer.

Naderhand bedacht ik me plots dat ontbinding snel zou intreden. Het zou beginnen met een penetrante, ietwat zoetige geur, als de geur van de dode vogels die ik in mijn jeugd oppakte. Mijn moeder waarschuwde mij altijd voor het gif van de dood, maar mijn mollige nieuwsgierige handen konden het niet weerstaan een vogellijkje te bestuderen. De levende vogels die je wilde vangen om bondgenoot of vriend te maken waren te vlug en te onbereikbaar. Zo´n vogellijkje lag daar zo verleidelijk stil. Hoe anders kon je weten hoe de vleugels aanvoelden die vogels de vrijheid gaven naar de hemel op te stijgen. De stank van de dode paarden in mijn keuken zou echter toenemen en het vlees zou gaan rotten, vliegen en ontelbare maden zouden een feestmaal vieren. Zelfs mijn wasmachine zou deze stank niet weg kunnen wassen. Ik moest iets anders bedenken; de dood was niet weg te wassen, ook niet op negentig graden. Een optie was de lijken te dumpen in de vuilbak voor mijn flat. Maar hoe kon ik ongezien vier dode paarden dumpen. Als iemand mij zou zien slepen met een dood paard zou het lijken alsof ik verantwoordelijk was voor hun dood.

Ik wilde niet veroordeeld worden voor een gruwelijke misdaad die ik niet gepleegd had. Het was in mijn droom vanzelfsprekend me druk te maken om de buren, de stank en het gedoe dat deze situatie mij teweeg bracht. Het leek zelfs even vanzelfsprekend dat zij daar lagen toen ik de keuken inliep, roerloos op een hoop naast de wasmand. Wachtend op een wasje. Ik sliep en droomde over vier roerloze dode paardenlijven in mijn keuken. Geen verlies, geen verdriet. Enkel en alleen de constatering van vier zwarte dode paarden naast de zilveren wasmand in mijn piepkleine keuken. Waarna een aaneenschakeling van gedachtes volgden die niets zeiden, maar daarmee alles. Ik sliep en droomde over paarden die ik nooit had bereden, paarden die nooit hadden geleefd. Ik had het mij niet eens beseft.

©Floor el Omari 2021

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: