Liefde op (on)gepaste afstand

“We set our own limits on love. Some of us bind our hearts like Chinese women bind their feet. The binding is painful at first but eventually you get used to it and the pain goes away. The saddest part of all is that by binding yourself to the choices you make, you forget that there was ever another way to live.”
― Kate McGahan

Als het tot je door dringt is het vaak al te laat. Dan kijk je terug op vijftien jaar van je leven en zo piepjong ben je niet eens meer. Andere mensen zijn gewoon verder gegaan, hebben hun leven geleefd, aan hun toekomst gewerkt en hebben een warm huis gebouwd met man, een hond, een kind, een kat of een mooie auto voor de deur, herinneringen van verre reizen, een carrière, toekomstige onontdekte werelddelen in het vooruitzicht, wat spaargeld, wat zekerheid, wat warmte, wat liefde of in ieder geval kans op al het voorgaande. Maar jij niet, jij hebt je speciaal gewaand, je zelfs afgezet tegen al het voorgaande. Want voor jou ligt iets bijzonders in het verschiet, jij verlangt iets anders. Je wilt hoog en meeslepend leven, geen voorspelbaarheid, geen burgerlijkheid en geen ambities. Je bent je hart verloren als tiener, hopeloze romanticus, hebt je vast geklampt aan je jeugdliefde. Jaren kropen voorbij tot ze ineens vlogen. En daar sta je dan, compleet afgesloten van jezelf, gedesillusioneerd en je beseft dat wat je hiervoor nog hoog en meeslepend noemde ertoe geleidt heeft dat je te bang was om te leven. Stilstand, stagnatie, de aftakeling is ondertussen toegetreden. Nu ben je verbitterd en bang en weet je niet eens meer hoe je door die muren heen moet kijken die je al die jaren nog hoger opgetrokken hebt. Hoe je vroeger dacht dat je een groot geheim met je mee droeg wat je dankbaar koesterde in je hart. Wat er ook gebeurde, je had altijd die schat stiekem verstopt en als het moeilijk werd bekeek je de parels vanuit een heilige nederigheid. Jij kende DE liefde. De echte rauwe pure heilige liefde die verscheurt en geen genade kent omdat het alles geeft en alles neemt. De liefde die bezongen wordt in elk lied, vertoont in elke film en geprezen in elk gedicht. Je hebt het gevoeld tot in het diepst van je zijn. Hoe een blond haartje glimmend in de zon je kan vertederen, hoe je kan samenvloeien in een ander mens vol overgave en dat er geen mens is op de wereld met wie je liever wilt zijn. Dat je niets nodig hebt voor puur genot, behalve je naakte lijf en je open hart. Samen met die ander die ook al zijn naaktheid aan jou geeft. Zo intens iemand beleefd hebt tot in ontroering. Iemand op deze wereld hield van jou. Daar heb je vijftien jaar op kunnen teren. Je hebt je eraan vastgeklampt, het geromantiseerd en je bent erin gevlucht.

Als je met iemand anders naar bed ging raakte het de leegheid in je hart, niemand die je zo kon beroeren. Geen lijf zo heilig, geen mond zo zacht. En ook al was hij gemeen, ook al loog hij, ook al heeft hij geen woord waar gemaakt van wat hij zei, je kon in hem verdrinken, je kon hem ademen, in hem zwemmen, zijn handen, zijn buik zo zacht, je hield zo veel van hem. Jullie vochten en vrijden en waanden je veilig in elkaars eenzaamheid. Hij gebruikte steeds meer, steeds harder, jij ving hem op en likte liefdevol zijn wonden. Je negeerde hoe hij langzaam af stierf tot er niets meer van hem over was. Liever een schim van iemand dan niemand. Liefde overwint alles zegt men. Je geeft nog meer, verliest alles en vergeet je waarde. Hoge pieken, diepe dalen, na de strijd klampen jullie jezelf aan elkaar vast als bange kinderen. De allereerste keer vergeet je nooit, dat gevoel zoveel pijn kan doen. Je hele lichaam schreeuwt wanhoop, je hart breekt in duizend stukjes, een stuk blind vertrouwen sterft af en je neemt een besluit; dit nooit meer. Je doet de deur dicht, beschermt jezelf, geeft minder, neemt minder, neemt uiteindelijk genoegen met niets opdat je niets meer kwijt raakt. En steeds opnieuw denk je, zie je wel, ik ben ook niet goed, mooi, knap, lief, zorgzaam en bijzonder genoeg. Op een gegeven moment doet het zoveel pijn, hoe laat je iemand waar je van houdt los? Hoe laat je iemand los die je nodig hebt. Je hebt hem nodig om niet te voelen dat je jezelf zo haat. Hoe laat je iemand anders toe als als je alles gegeven hebt en er niets over is? Hoe kun je erop vertrouwen dat je iemand zijn liefde waard bent als iets in jou ettert en rot. Het is lelijk en het stinkt en je wilt niemand verwonden met jouw pijn. Je hebt al te veel gif gespuwd, draagt een steen van schuld op je rug en elke kleine verliefdheid mondt uit in waanzin. Je bent boos en verdrietig, verwacht een wonder. Vergeet alles weer en verliest jezelf in het bekende spelletje. Tot je jezelf niet meer kan aankijken en je er niet meer omheen kunt, je bent waanzinnig. Hij is ondertussen kapot, er is niets van hem over. Zijn ogen zijn leeg, zijn lichaam uitgemergeld en zijn tanden zwart, zijn ziel misschien nog zwarter. Je kunt allang niet meer vluchten in zijn geur of zijn lippen. Je neemt genoegen met nog minder en daarom haat je jezelf nog meer. Ondertussen draag je schuld omdat je al die lelijke woorden nooit meer terug kan nemen. Omdat alles wat je gegeven hebt hem niet heeft kunnen helpen.

Waarom ben je zo bang? Wat zei die mevrouw ook alweer in die lezing? Hoe langer je kunt dansen in een liefdesbange dans, hoe groter de onderliggende wond is. Je wilt er niet naar kijken, al die tijd al niet. Dit gaat niet alleen om hem of jullie, dit is groter. Dit is ouder en sluimert al langer. Dit is niet alleen jouw pijn. Dit is mama die haar hart dicht doet omdat papa het huis vult met spanning en geschreeuw, dit is papa die zijn pijn niet dragen kan, dit is verdriet van opa en oma om hun verloren kind, dit is pijn omdat je beter moest zijn, niet mocht huilen, niet mocht voelen, afgewezen werd en je kon dit niet verdragen als kind. Je kon al die pijn van al die mensen niet verdragen, je kon je eigen pijn niet aan. Je hebt het weggestopt en daar niet meer naar gekeken. Je hebt samen met hem ervoor gezorgd dat geen van jullie te dichtbij kwam. Maar ergens hebben jullie het altijd al geweten, in elkaars wonden geroerd, elkaars ouders nagespeeld. Jullie herkenden elkaars littekens en kickten op de spanning van de ruzies, die hadden jullie thuis ook. De ruzies werden steeds lelijker, destructiever en de gevolgen steeds schadelijker. Maar dat voelde veilig, zo kon je liefde beleven op gepaste afstand, het nooit helemaal bezitten om het ook niet kwijt te raken. Want liefde doet pijn, je doet je hart dicht en waant je veilig van die pijn door geen risico meer te nemen. Niemand toelaten, geen behoeftes hebben en de waanzin op afstand houden.

Ergens weet je, dit klopt niet. Maar je weet niet meer hoe je moet voelen, je vertrouwt jezelf niet meer en wacht op iemand die jou nou eindelijk komt redden. Dat werkt in films, iemand die jou doorziet en zegt dat het allemaal goed komt. Maar je trekt steeds de verkeerde aan, je hoeft niet te rouwen om iemand waar je niets voor voelt en het is veilig met iemand te zijn die je kan verzorgen, die jou nodig heeft. Verder denk je niets te kunnen bieden, je denkt te moeten geven en geven en je geeft nooit genoeg. Je bent namelijk nooit genoeg, je hebt geen eigenwaarde, houdt niet van jezelf. En ook dat doet pijn, kun je daarnaar kijken? Hoe je jezelf al die tijd tekort hebt gedaan? Durf je te zien dat je al jaren leeft vanuit angst en pijn? En hoe je jezelf meer pijn hebt gedaan, meer schade hebt toegebracht. Nu moet je aan jezelf toegeven dat je door de keuzes die je hebt gemaakt, de zekerheid die je ingebouwd hebt een andere zekerheid hebt moeten opgeven. Je hebt door jezelf te beschermen het beste deel van jezelf verstopt. Het zit achter slot en grendel, je keel zit dicht door al die woorden die je ingeslikt hebt en je kunt niet meer vanuit je hart spreken. De woorden die je spreekt voelen leeg en hopeloos. De liefde voor de mensen om je heen doet pijn, het is te puur, je houdt het op een bepaalde afstand. Het herinnert je eraan dat je die liefde niet ontvangen kan. Soms snauw je iemand af en het breekt je hart, eigenlijk kwam het te dichtbij. Wat niet naar buiten kan, kan ook niet naar binnen. Je voelt je eenzaam en niet altijd verbonden omdat je jezelf verstopt achter de muur die nodig was om te overleven. Nu wil je van die muur af, maar het is te eng. Je zit misschien in de schaduw, maar je houdt in ieder geval die pijn op afstand. Je denkt je op jezelf te focussen om te groeien, maar je hebt jezelf verstopt voor elke vorm van intimiteit.

Je hebt het verlangen naar jouw huid op een ander weggestopt, de herinnering aan zachte lippen veilig verstopt onder een laag walging en geprobeerd te vergeten hoe veilig en geborgen de omhelzing van een warm lijf is. Want je weet, de waanzin staat voor de deur. In jou draag je een onvervulbare behoefte aan zoete woorden en bevestiging en je bent daar doodsbang voor. Wil de ander hier niet mee besmeuren. Wil koste wat kost jezelf behouden. Maar soms na een ontmoeting is er de herinnering aan de passie en het vuur in jou. Iemand in jouw hart die wil zingen en dansen, behoefte heeft aan warmte en zachtheid en alles wil delen. Zich wil verbinden en vol overgave lief wil hebben, vol overgave wilt leven. Zichzelf wilt omarmen en vol vertrouwen de ander toe wilt laten. Omdat diegene weet wat ze te bieden heeft, vol leven is, vol liefde is. Het is datgene in het hart dat weet dat zelf liefde niet afhangt van een ander, dat weet dat je meer dan genoeg bent, overvloed bent. Datgene dat niet kapot is omdat het niet kapot kan. En ergens weet je al heel lang wat je te doen staat. Door te voelen wat je al die tijd al opgeeft komt het besef steeds dieper dat het dit offer niet waard is. Angst voor liefde, angst voor leven en tegelijkertijd een diep verlangen in de vorm van een fluistering die uitmondt in een roep. Een roep naar liefde, naar leven. Zonder voorwaarden, zonder offers en zonder angsten. Onvoorwaardelijk liefhebben, onvoorwaardelijk leven.

Nu de basis het steeds meer toestaat kun je in golven de pijn toelaten die je zo lang weggestopt hebt, het verlies en verdriet voelen. Je hebt eerder al eens geproefd hoe roestig de tranen smaken die al zo lang vast zitten. Wie vrij wilt zijn moet dapper zijn, door de angsten heen, de muren afbreken. In het verdriet duiken om tot het besef te komen dat je al die tijd recht hebt gehad op liefde. En het vermijden van de pijn het offer nooit waard was. Het was een denkfout. Degenen die jou tekort hebben gedaan zal je vergeven. Maar vooral zal je jezelf vergeven. Het kind dat al het verdriet niet kon dragen leeft ook in jou. Zij wil zo graag gekoesterd worden. Erkend en gezien worden door het hart. Een lieve vriendin zei eens haar eigen beste vriendin te zijn, haar eigen moeder, haar eigen beschermer en haar eigen troost. En deze woorden raken. Want hoe zouden strengheid, meedogenloosheid en hardheid het kind kunnen helpen? Het kind dat niets anders wilt en heeft gewild dan verbinding, maar daar tegelijkertijd doodsbang voor is. Omarm alles wat je bent en wat je hebt afgezworen te zijn, omdat het pijn deed of niet erkend werd. Het leven is te kort om nog eens vijftien jaar niet te leven. Hoog en meeslepend leven kan alleen als je vol overgave durft te voelen en te leven zonder angst om te vallen omdat je geleerd hebt dat je op kunt staan en jezelf kunt dragen.

(Geschreven 2019)

 Onder de oppervlakte
 
 
Klauwen die naar vlees grijpen.
Vlees dat zal vergaan,
maar lillend spint onder handen die kundig kneden.
Ogen die gretig kijken zonder te zien,
doorzie mijn belachelijke façade alsjeblieft.
Ik zoek zo lang, ik zoek al die tijd blind: Niemand voldoet, niemand voldoet.

Liever zoete leugens proeven
in een bubbel die barsten zal,
dan dit grijze hol, deze bittere blik
die meedogenloos en streng veroordeelt,
niets vergeven kan.
Omdat je na het vallen weer moet opstaan,
omdat belofte gepaard gaat met schuld.
Omdat muren gebouwd zijn met diamanten tranen en bakstenen van spijt.
 
Ik wacht tot iemand mij onverwachts 
de sterren cadeau doet,
tot die tijd zal ik 
prinsen en kikkers kussen.  
 
Gemis


Op mijn tenen loop ik over de scherven
van gebroken beloftes
en duizend-en-één gesplinterde dromen
Jij lacht je zwarte tanden bloot
terwijl de tranen over je wangen lopen

Ik stop zakdoekjes in al je gaten
snuit jouw neus met mijn trots
vang al je tranen op
en leg ze plechtig op mijn tong
Wat een offer wordt hier gemaakt

Een spel van verstoppertje
ik zie, ik zie wat jij niet ziet
en zo zien wij elkaar steeds niet
Zo zien wij onszelf steeds niet

Alle spiegels hebben wij stuk gemaakt
Besmeurd met vuil dat wij uitspuwden
een zwarte drab gestold verdriet

Ik zoek, ik zoek wat jij ook zoekt
en in elkaar vinden wij enkel gemist
Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is photo_2021-01-03_13-15-41.jpg
©Floor el Omari 2021

%d bloggers liken dit: